Voor het wijnmaken worden alleen
gezonde trossen gebruikt.
Voor Rubinus gaan de steeltjes
meestal niet mee, omdat zich daarin
(harde) tannines bevinden.
Wijlen Emile Peynaud zei het al:
"Ce qui n’est pas bon à manger n’est
pas bon à boire."
Goed fruit: basis voor goede wijn
De druiven worden handmatig van
De steeltjes gerist. Een heel werk,
Maar het voordeel is, dat een goede
controle mogelijk is van al het fruit
waarvan de wijn wordt gemaakt.
Bessen die niet goed rijp zijn, of
beschadigd, worden verwijderd.
Wat overblijft is topkwaliteit,
die nodig is om goede wijn te maken.
Toch nog nuttig: De steeltjes lokken wespen weg.
Door het kneuzen kan de gist in
contact met het sap, wat de
Kleur-
komt. Bij het kneuzen is belangrijk,
dat de pitten onbeschadigd blijven,
omdat daarin bittere stoffen zitten,
die je liever niet in de wijn hebt.
Kneuzen doen we dit met een
molen, waarvan de gekartelde
Rollen op enige afstand van elkaar
ronddraaien. De druiven worden
geplet, pitten blijven onbeschadigd.
Door kneuzen ontstaat pulp, een
soort jam van sap, pitten en schillen.
Nu kunnen suikergehalte en zuur-
graad worden bebepaald. Dat is
belangrijk om te weten hoeveel
alcohol ongeveer kan ontstaan in
de uiteindelijke wijn. Zonodig kan
dan suiker worden toegevoegd.
Vaak wordt nu sulfiet toegevoegd
om bederf veroorzakende micro-
organismen uit te schakelen. Maar
Bij gezond oogstgoed is dat meestal
niet nodig. Hierna kan de pulp het gistingsvat in.
Sinds enige tijd gebruiken we daarvoor een roestvast stalen tank. In de tank hebben we een zeefbodem gemaakt, zodat de tapkraan niet verstopt raakt. Wel zo gemakkelijk als je later de lekwijn en de perswijn wilt scheiden (zie persen).
Nadat de pulp in de tank is gebracht, doen we er tegenwoordig geen pecto-
Witte wijn
Bij het maken van witte wijn wordt het maken van pulp bij ons vaak niet overgeslagen.
De druiven worden na het plukken ook gekneusd, hoewel kleurextractie niet nodig is.
Maar aroma’s uit de schillen hebben we er graag bij. De macération pelliculaire,
schilweking, duurt een dag of drie. De temperatuur moet laag blijven (lager dan
5-
Tegenwoordig maken we ook most voor witte wijn door de trossen in hun geheel zonder ontstellen en kneuzen te persen (bunchpressing). Je krijgt dan fruitiger wijn, maar minder sapopbrengst. De resterende schillen, pitten, steeltjes en vruchtvlees voegen we toe aan de pulp waarmee rode wijn gemaakt wordt. De wijn die we daaruit maken, is daardoor complexer van aroma’s en smaken en lijdt nauwelijks kleurverlies.
Kneuzen en ontstelen in vroeger tijden en nu
Als je vertelt dat je zelf wijn maakt, is de eerste vraag of je dan ook zelf in een kuip door de druivenmassa rondloopt. Kennelijk associeert men wijn maken vooral met het treden van druiven met de voeten. Vroeger kon dat ook niet anders, want de menselijke voet is ideaal om én druiven te kneuzen, én de pitten onbeschadigd te laten. Door urenlang druiven te treden ontstaat ook intensief contact tussen sap en schillen.
Bij het maken van port komt dit goed van pas. Port ontstaat doordat half uitgegiste wijn bij pure (kleurloze) alcohol wordt gevoegd. Om toch voldoende kleur te krijgen, is lang treden noodzakelijk. Tegenwoordig is menskracht duur geworden en nu staan er machines met ovalen stampers, die met een siliconenkussen zijn bekleed; als vervanging van de menselijke voeten.
Professionals maken echter gebruik van machines, die de druiven van de steeltjes af slaan. Daarbij worden de druiven tegelijk ontsteeld en gekneusd. Voor optimale wijnkwaliteit is voor het kneuzen/ontstelen dan nog wel controle van de trossen op sorteertafels nodig, zeker als machinaal geoogst wordt.
Als je elk jaar minder dan 100 liter wijn maakt, is het handmatig ontstelen en kneuzen nog te doen. Wij ontstelen met de hand (geeft extra controle) en kneuzen gebeurt zoals hierboven staat beschreven met een speciale molen.